Wat er gebeurde
Het Belgische bouwbedrijf Absa had vanaf 2008 nauwelijks eigen personeel. Het besteedde zijn bouwwerk uit aan Bulgaarse bedrijven. Die detacheerden werknemers naar België met E101- en A1-verklaringen, zodat er in België geen sociale premies voor hen werden betaald.
Een gerechtelijk onderzoek in Bulgarije wees uit dat die Bulgaarse bedrijven daar geen activiteiten van betekenis hadden. De Belgische sociale inspectie vroeg de Bulgaarse instantie in november 2012 om de verklaringen te heroverwegen of in te trekken. Volgens de Belgische regering antwoordde de Bulgaarse instantie in april 2013 dat de bedrijven op papier aan de voorwaarden voldeden, zonder de bewezen feiten uit België mee te nemen.
Wat het Hof zei
De zaak werd een strafzaak tegen een aantal personen en bedrijven, waaronder Absa. De rechtbank in Hasselt sprak hen vrij, het hof van beroep in Antwerpen veroordeelde hen. Het Hof van Cassatie vroeg daarop het Hof van Justitie van de EU of een rechter zo’n verklaring opzij mag zetten.
Het arrest ging over de E101-verklaring, de voorganger van de A1. Normaal is zo’n verklaring bindend, ook voor het land waar gewerkt wordt. Op 6 februari 2018 oordeelde het Hof: heeft de instantie die de verklaring afgaf het bewijs van fraude niet binnen een redelijke termijn meegenomen, dan mag de rechter de verklaring buiten beschouwing laten. Voorwaarde is dat hij met een eerlijk proces vaststelt dat er fraude is gepleegd.
Wat u hiervan leert
- Een A1-verklaring is geen vrijbrief. Bij fraude telt zij niet meer.
- Een detachering houdt alleen stand als het bedrijf in eigen land echt actief is.
- Ook de opdrachtgever loopt risico: Absa stond zelf terecht.
- Werk met onderaannemers die u kent, en vraag hun papieren op vóór de start.
Bron: Hof van Justitie van de EU, 6 februari 2018, zaak C-359/16.